BERT PRINS: Geluk ligt voor het grijpen.  

Op de radio hoor ik Natalie Cole beweren dat één dag het verschil kan maken, What a difference a day makes, en het verschil blijkt You  te zijn, de ander.

Het verschil kan ook zitten in het lezen van een boek waarbij je je goed in je vel voelt, of door te kijken naar een film of kunst. In de notities die ik maakte om een expositie van Bert Prins in een Antwerpse galerie voor te bereiden, kwam ik wat zinnen tegen die ik hier kan gebruiken om een idee te kunnen geven van zijn werk, al zijn enkele afbeeldingen natuurlijk altijd de meest betrouwbare gids.

En met zijn werk, dat tot aan de rand vol vreugdevolle dingen zit, sluit ik me aan bij het liedje, dat op zichzelf misschien niet veel om het lijf heeft, enkele woorden, knap gezongen, mooie stem, maar die in feite méér dan dat alleen omvatten. Een soort ode aan het leven, aan dingen die veranderen, aan situaties die dierbaar zijn of blijven hangen in de herinnering.

‘De dynamiek van het dagelijkse geluk, de ervaring van het moment dat niet voorbij mag gaan.’ Het geluk of die ervaring van het moment, die je maar even, een korte tijd kunt ervaren, en nooit meer op dezelfde wijze. Is er geen (Oosters?) spreekwoord dat beweert dat een mens nooit tweemaal in dezelfde rivier kan springen. De rivier verandert voortdurend, en dat is ook van toepassing op de mens. 

Geluk is dus vluchtig, en dan blijft de herinnering, of foto’s. Toch is kunst een mooi middel om -de herinnering aan- geluk te bewaren. En het werk van Bert Prins (1951) is daar bij uitstek geschikt voor.

Alles is te koop, van slechte smaak tot mooie dingen, al heeft niet iedereen dezelfde interesses. Prins bekijkt zijn omgeving, het leven dat bruist en in beweging is, alles draait en keert. En Bert schildert de op en neer schommelende, bijna jubelende houten paarden van de draaimolen, de botsautootjes die lijken te glijden of te zweven, zonder doel dan alleen even plezier te beleven. De kunstenaar heeft een speels karakter, leidt je daar dan uit af, gecombineerd met een goed observatie- vermogen en een ongecompliceerde fantasie

Kleuren, licht, warmte, je voelt alles stralen of in een zwevende toestand op je afkomen, flitsen als van reflecties op vensterglas omringen je, omarmen je. Als toeschouwer voel je je licht. Geen drukkende toestanden, geen ellende. Voor deze kunstenaar lijkt het leven een voortdurend feest, in ieder geval van kleur en licht.

Prins exposeerde onder de titel Belgian Pop-Art. Terecht? Nu ja, variëren mag, er een eigen draai aan geven, en Prins zocht naar een eigen definitie.  Ooit pakte Prins uit met een expo die in het teken stond van Love for sale.

Love for sale was, volgens de galeriehouder: Kunst als de hoerenbuurt: bevreemdend voor de enen, een toevluchtsoord en warme mantel voor de anderen. Het is maar hoe je het bekijkt. Kunstmatige gezelligheid, stelt de tekst. Vandaag de dag spreekt men, als ik goed ben ingelicht, over sekswerkers, en de werkelijkheid aan de andere zijde van het glas is niet altijd rozengeur en maneschijn. Dat suggereert de titel dan ook, die mij laat denken aan het bekende nummer van Chet Baker. Maar dat was slechts één facet van zijn oeuvre.

Alles is te koop. Geluk dan ook? Prins toont met deze werken de twee kanten, aan beide zijden van het glas, zij die moeten lokken, en de mannen die rondhangen, aarzelen, toekijken, een keuze moeten maken, of weer naar huis gaan. Kijken, daar gaat het om. Voyeuristisch? Dan is zowat elke kunstenaar dat wel. De kunstenaar duikt achter de schermen, wil zien en ontdekken wat aan anderen voorbijgaat. 

De kunst van Prins is er een van flitsend zien, beelden absorberen, opslorpen, fragmentarisch en gulzig veel in zich opnemen. Niet stilstaan bij een moment, maar voortdurend met ogen als een camera de werkelijkheid aftasten, de realiteit ontleden of ontkleden in een aantal details, dat zijn vlekken en vlakken, een glimp en een glans, kleuren als schaduwen die voorbijschuiven, het ene ogenblik nog zus en dan weer zo, blauw dat overgaat in rood, wit dat glanst tegenover donker. Het zijn indrukken die samen een beeld vormen, indirect, te vergelijken met iemand die een tijd op het strand heeft gelegen en dan, tegen de zon in, de ogen opent en vage profielen en vormen waarneemt.

Wie van de zon houdt kent dat fascinerende gevoel van plakjes licht dat schittert als zilver op het bewegende, schommelende water, nooit hetzelfde, altijd andere vormen aannemend, ongrijpbaar. De realiteit is ongrijpbaar, niet te vangen in een moment. De fotograaf probeert dat, maar heeft soms tientallen shots nodig voor die ene, perfecte opname. Wat Prins schildert is een wereld in beweging, nooit stilstaand, en om die reden houdt het beeld ons als het ware in Polscapesbedwang, we zijn zelf toeschouwer en onbeweeglijk, maar rondom ons springt alles van de ene seconde op de andere over op iets anders, het oog kan moeilijk volgen om elke beweging vast te houden.

De kunstenaar toont spelende kinderen op het strand, muzikanten, er is een rokers met rokende figuren, Smokers. Beelden die uit films lijken geknipt, of verhalen. Het verkeer, verder zijn Poolscapes,   Bathscapes  en Barscapes. Variaties, in zwembad en aan de bar, mensen die plezier maken, roken, zwemmen, drinken, de zon en het water op hun huid voelen. Geen gebrek aan onderwerpen. Op een vraag van me geeft Prins te kennen dat hij met zijn werk vooral mensen geluk wil schenken, vreugde om ernaar te kijken of het te ondergaan, er zich in onder te dompelen.

Dat ‘dompelen’ zou wel eens de juiste term kunnen zijn, want zijn kleurencombinaties vormen een bad, een flitsend spektakel, je hoort bijna de mensen, de muziek, je voelt de warmte die zindert en de lucht die zwoel trilt. Het is geluk waarbij je je geen vragen stelt, niet let op een waarschuwing voor de gezondheid. En niet te vergeten het element humor, zoals toen hij aan vorm van parodie maakte op bestaande meesterwerken, onder meer de Mona Lisa en de glimlach die haar geheim nooit prijsgeeft, met nog net geen sigaret tussen de gekrulde lippen. 

De voorbije jaren trok Prins die lijn door, in zijn stijl met veel kleuren, een veelvoud aan indrukken en zintuigelijke waarneming. Maar de onderwerpen hebben vaker een vastere ondergrond, minder beweeglijk, zoals zijn schilderijen met tulpen in vazen, naast van overdaad uitpuilende taarten. Er zijn en blijven de vrouwelijke figuren die met zonnebril op de neus uitdagend aan ijsjes likken, of pin-ups om de wolken die eventueel dreigen aan te komen een neus te zetten. Bert Prins lijkt onze zintuigen niet met rust te willen laten, integendeel, hij wil ze coachen, onze stemming in de juiste richting leiden. En dat kan inderdaad een verschil van dag en nacht maken, een dag met kleur, speelsheid, onstuimigheid, overvloed. Bert Prins wil niet dat we iets te kort komen en geluk grijpen waar het kan: Pluk de dag!

 

Guy van Hoof